De drie zogenaamde decentralisaties gaan eigenlijk om inkomenspolitiek.

Tot zeker in de jaren negentig, was het begrip van de verzorgingsstaat redelijk geaccepteerd. De voordelen waren duidelijk: iedereen die het niet alleen redde, werd geholpen door de staat. Daar tegenover stonden de nadelen: mensen die er geen zin in hadden om hun best te doen, hadden het wel heel makkelijk; je werd afgekeurd en kreeg een uitkering. Dit systeem liep tegen zijn grenzen aan en vanuit de socialistische invalshoek werd aangedrongen op het bestrijden van het misbruik en vanuit de conservatieve invalshoek werd gezegd dat de verzorgingsstaat slecht was voor de gezondheid van de samenleving. Mensen werden er lui en afhankelijk van.

Op zich was dit wel terecht. Want wie kende niet die voorbeelden van mensen met voldoende vermogen of inkomsten, die vanuit de overheid een traplift kregen. of een scootmobiel, die vervolgens bijna ongebruikt in de kelder bleef staan? dat dit slechts een kleine minderheid betrof, deed er niet toe. Misbruik was er! En dat moest bestreden worden! was de algemene mening.

Kortom; links en rechts waren het eens dat de verzorgingsstaat aan zijn einde was gekomen. En daar kwam de participatiesamenleving! Iedereen zorgt voor zichzelf. Wanneer dat niet lukt, zal het netwerk (lees: mantelzorg, Familie, vrienden en buren) het wel regelen. En wanneer dat allemaal niet lukt, zorgt de overheid, dat mensen niet onder de brug zouden hoeven slapen, want dat staat niet zo netjes in een moderne en fatsoenlijke samenleving.

De drie decentralisaties zijn het gevolg van deze maatschappelijk-politieke omwenteling. Gemeenten moeten met behulp van zogenaamde keukentafelgesprekken vaststellen of de hulpbehoevende het echt niet zelf kan regelen, met zijn eigen geld, of binnen zijn eigen netwerk. Pas wanneer dat niet lukt, zorgt de gemeente er voor.

Het lijkt dus allemaal heel ingewikkeld, die drie decentralisaties. Maar eigenlijk is het heel eenvoudig. De mensen moeten het zelf maar kunnen regelen. En de keukentafelgesprekken zijn er voor om dat nog eens uit te leggen. En alleen voor diegenen, die het echt niet zelf redden, springt de overheid bij.

ONS Voorschoten vindt het principe goed dat mensen de ondersteuning krijgen die zij nodig hebben. Wel vinden wij het heel belangrijk, dat mensen die het echt zelf niet redden, niet in de kou komen te staan. Die mensen verdienen een steuntje in de rug. Daar maakt ONS Voorschoten zich sterk voor.

Kom naar de netwerkbijeenkomst duurzaam ondernemen op 1 juni in Het Wapen en win een tablet!

De halfjaarlijkse netwerkbijeenkomst duurzaam ondernemen staat dit keer in het teken van het upgraden van verouderde en vaak energieverslindende woningen en bedrijfspanden en het combineren van maatregelen om energie te besparen, op te wekken en te managen middels een Groene App.

Herman van der Heijden van De Witte – Van der Heijden Architecten en Johan Koekkoek van Samen Groen krijgen elk ongeveer drie kwartier de gelegenheid om uit te leggen hoe je een gebouw een tweede leven kunt geven en veel verkoopbaarder kunt maken en hoe je een samenhangend geheel van duurzame maatregelen kunt nemen met een vooraf gegarandeerd eindresultaat.

Kent u die instelling die vanwege de bezuinigingen de best lopende dag sluit?

Het lijkt er op dat de bibliotheek van Voorschoten deze redenatie volgt. De drukst bezochte dag, met ruim driehonderd bezoekers moet sneuvelen, om een bezuiniging van € 40.000 te kunnen realiseren. Zie ook het artikel in het Leids Dagblad hierover.

ONS Voorschoten vindt dit een heel dom plan. Dat de Bibliotheek een dag minder open kan blijven om op deze wijze personeelskosten te besparen, valt te begrijpen. Maar kies dan voor de dag die het minste in trek is, bijvoorbeeld de maandag of de dinsdag.